Mind

Even weg met... - ‘Geel’ een sfeerverhaal van Esther Verhoef

Lome synthesizerklanken stromen over het terras, ze glijden langs de rotsen naar zee. Meeslepend en traag, melancholisch. Er trekt een rilling over mijn zongebruinde huid.

Ik wist dat het hier mooi zou zijn. Ik heb erover gelezen en foto’s bekeken van het glasheldere, turquoise zeewater dat net als de baai hierbeneden wordt omarmd door geel gesteente. Kalkstenen uitlopers waar pijnbomen op groeien, de stammen grillig, scheefgetrokken door de wind. Ik wilde hierheen, ik wilde ervaren hoe het is.
De foto’s doen de werkelijkheid tekort.

Het terras ligt op een heuvelrug aan de westkant van het eiland. Meubilair van witgeschilderd drijfhout, de kussens geel. Ik hoor het getinkel van de ijsblokjes in de glazen van de mensen om ons heen en ik vang flarden op van hun gesprekken in het Spaans, Frans en Engels. Er zijn Italianen en Duitsers en een enkele Nederlander. Ze praten op gedempte toon en werpen af en toe een blik op de horizon. Ze wachten, net als wij.
Het is bijna zover. De muziek zwelt aan. Gesprekken gaan over in zacht gefluister. Mijn tafelgenoot legt zijn servet naast zijn bord en pakt mijn hand.

Helemaal daar, aan het einde van de wereld, waar de zee en de hemel elkaar in een lichte kromming ontmoeten, zakt de zon steeds dieper weg. Ik kijk ernaar door de glazen van mijn zonnebril en ik voel een warme sensatie tot in de diepste vezels van mijn lichaam. De warmte, de muziek, de zachte zeebries die mijn huid streelt. Zijn hand die de mijne vasthoudt en er zachtjes in knijpt. De magie is tastbaar in de zinderende lucht.